يُونُسَ

Soera Yunus, vers 100

Jonas · Mekkaans · 109 verzen

10:100

وَمَا كَانَ لِنَفْسٍ اَنْ تُؤْمِنَ اِلَّا بِاِذْنِ اللّٰهِؕ وَیَجْعَلُ الرِّجْسَ عَلَى الَّذٖینَ لَا یَعْقِلُونَ

Wama kana linafsin an tumina illa biithni Allahi wayajAAalu alrrijsa AAala allatheena la yaAAqiloona

Vertalingen

En geen ziel kan geloven, behalve met verlof van Allah. En Hij legt een bestraffing op aan degenen die hun verstand niet gebruiken

Sofian S. Siregar

Niemand kan geloven zonder Gods toestemming en Hij legt de gruwelijke straf op aan hen die niet verstandig zijn

Fred Leemhuis