10:100
وَمَا كَانَ لِنَفْسٍ اَنْ تُؤْمِنَ اِلَّا بِاِذْنِ اللّٰهِؕ وَیَجْعَلُ الرِّجْسَ عَلَى الَّذٖینَ لَا یَعْقِلُونَ
Wama kana linafsin an tumina illa biithni Allahi wayajAAalu alrrijsa AAala allatheena la yaAAqiloona
Vertalingen
En geen ziel kan geloven, behalve met verlof van Allah. En Hij legt een bestraffing op aan degenen die hun verstand niet gebruiken
Sofian S. Siregar
Niemand kan geloven zonder Gods toestemming en Hij legt de gruwelijke straf op aan hen die niet verstandig zijn
Fred Leemhuis