اَلَمْ تَرَ كَیْفَ فَعَلَ رَبُّكَ بِاَصْحَابِ الْفٖیلِؕ
Heb jij niet vernomen hoe jouw Heer met de mensen van de olifant heeft gehandeld
Siregar
الْف۪يلِ
De Olifant · Mekkaans · 5 verzen · Juz 30, Pagina 602
اَلَمْ تَرَ كَیْفَ فَعَلَ رَبُّكَ بِاَصْحَابِ الْفٖیلِؕ
Heb jij niet vernomen hoe jouw Heer met de mensen van de olifant heeft gehandeld
Siregar
اَلَمْ یَجْعَلْ كَیْدَهُمْ فٖی تَضْلٖیلٍۙ
Heeft Hij hun plan niet verijdeld
Siregar
وَاَرْسَلَ عَلَیْهِمْ طَیْرًا اَبَابٖیلَۙ
En Hij heeft over hen zwermen vogels gezonden
Siregar
تَرْمٖیهِمْ بِحِجَارَةٍ مِنْ سِجّٖیلٍࣕۙ
Die stenen van klei op hen wierpen
Siregar
فَجَعَلَهُمْ كَعَصْفٍ مَاْكُولٍ
Zo maakte Hij hen als (door wormen) aangevreten bladeren
Siregar