وَیْلٌ لِلْمُطَفِّفٖینَۙ
Wee de zwendelaars
Siregar
الْمُطَفِّف۪ينَ
De Zwendelaars · Mekkaans · 36 verzen · Juz 30, Pagina 588
وَیْلٌ لِلْمُطَفِّفٖینَۙ
Wee de zwendelaars
Siregar
اَلَّذٖینَ اِذَا اكْتَالُوا عَلَى النَّاسِ یَسْتَوْفُونَؗ
Degenen die wanneer zij mensen voor zich laten wegen de volle maat eisen
Siregar
وَاِذَا كَالُوهُمْ اَوْ وَزَنُوهُمْ یُخْسِرُونَؕ
Maar wanneer zij voor anderen afmeten of voor hen afwegen, benadelen zij (hen)
Siregar
اَلَا یَظُنُّ اُو𐻾لٰٓئِكَ اَنَّهُمْ مَبْعُوثُونَۙ
Zijn diegenen dan er niet van overtuigd dat zij opgewekt zullen worden
Siregar
لِیَوْمٍ عَظٖیمٍۙ
Op een geweldige Dag
Siregar
یَوْمَ یَقُومُ النَّاسُ لِرَبِّ الْعَالَمٖینَۚ
Op de Dag waarop de mensen voor de Heer der Werelden staan
Siregar
كَلَّٓا اِنَّ كِتَابَ الْفُجَّارِ لَفٖی سِجّٖینٍؕ
Nee, voorwaar, het boek van de zondigen is in Siddjîen
Siregar
وَمَٓا اَدْرٰیكَ مَا سِجّٖینٌؕ
En wat doet jou weten wat Siddjîen is
Siregar
كِتَابٌ مَرْقُومٌؕ
Een volbeschreven boek
Siregar
وَیْلٌ یَوْمَئِذٍ لِلْمُكَذِّبٖینَۙ
Wee die Dag de loochenaars
Siregar
اَلَّذٖینَ یُكَذِّبُونَ بِیَوْمِ الدّٖینِؕ
Degenen die de Dag des Oordeels loochenen
Siregar
وَمَا یُكَذِّبُ بِهٖٓ اِلَّا كُلُّ مُعْتَدٍ اَثٖیمٍۙ
En niemand loochent die behalve elke zondige overtreder
Siregar
اِذَا تُتْلٰى عَلَیْهِ اٰیَاتُنَا قَالَ اَسَاطٖیرُ الْاَوَّلٖینَؕ
Wanneer Onze Verzen aan hem worden voorgedragen, zegt hij: "Fabels van de vroegeren
Siregar
كَلَّا بَلْ𐻽 رَانَ عَلٰى قُلُوبِهِمْ مَا كَانُوا یَكْسِبُونَ
Nee! Wat zij plachten te doen heeft zelfs hun harten bedekt
Siregar
كَلَّٓا اِنَّهُمْ عَنْ رَبِّهِمْ یَوْمَئِذٍ لَمَحْجُوبُونَؕ
Nee, voorwaar, zij zullen zeker op die Dag van hun Heer afgescheiden zijn
Siregar
ثُمَّ اِنَّهُمْ لَصَالُوا الْجَحٖیمِؕ
Vervolgens zullen zij zeker Djahîm (de Hel) binnengaan
Siregar
ثُمَّ یُقَالُ هٰذَا الَّذٖی كُنْتُمْ بِهٖ تُكَذِّبُونَؕ
Daarop wordt gezegd: "Dit is dat wat jullie plachten te loochenen
Siregar
كَلَّٓا اِنَّ كِتَابَ الْاَبْرَارِ لَفٖی عِلِّیّٖینَؕ
Nee! Voorwaar, het boek van de deugdzamen is zeker in 'Illiyyôen
Siregar
وَمَٓا اَدْرٰیكَ مَا عِلِّیُّونَؕ
En wat doet jou weten wat 'Illiyyôen is
Siregar
كِتَابٌ مَرْقُومٌۙ
Een volbeschreven Boek
Siregar
یَشْهَدُهُ الْمُقَرَّبُونَؕ
De bij (Allah) gebrachten zijn er getuigen van
Siregar
اِنَّ الْاَبْرَارَ لَفٖی نَعٖیمٍۙ
Voorwaar, de deugdzamen zullen zeker in Na'im (het Paradijs) vertoeven
Siregar
عَلَى الْاَرَٓائِكِ یَنْظُرُونَۙ
Op rustbanken kijken zij toe
Siregar
تَعْرِفُ فٖی وُجُوهِهِمْ نَضْرَةَ النَّعٖیمِۚ
Jij herkent in hun gezichten de stralende gelukzaligheid
Siregar
یُسْقَوْنَ مِنْ رَحٖیقٍ مَخْتُومٍۙ
Hun wordt verzegeld drinken ingeschonken
Siregar
خِتَامُهُ مِسْكٌؕ وَفٖی ذٰلِكَ فَلْیَتَنَافَسِ الْمُتَنَافِسُونَؕ
Waarvan het zegel van muskus is, en laten de wedijveraars hierom dan wedijveren
Siregar