سَاَلَ سَٓائِلٌ بِعَذَابٍ وَاقِعٍۙ
Een vraagsteller vroeg over een bestraffing die vallen zal
Siregar
الْمَعَارِجِ
De Opgaande Trappen · Mekkaans · 44 verzen · Juz 29, Pagina 568
سَاَلَ سَٓائِلٌ بِعَذَابٍ وَاقِعٍۙ
Een vraagsteller vroeg over een bestraffing die vallen zal
Siregar
لِلْكَافِرٖینَ لَیْسَ لَهُ دَافِعٌۙ
Voor de ongelovigen is er geen afweer tegen
Siregar
مِنَ اللّٰهِ ذِی الْمَعَارِجِؕ
(Die komt) van Allah, de Bezitter van de trappen
Siregar
تَعْرُجُ الْمَلٰٓئِكَةُ وَالرُّوحُ اِلَیْهِ فٖی یَوْمٍ كَانَ مِقْدَارُهُ خَمْسٖینَ اَلْفَ سَنَةٍۚ
(Waarvandaan) de Engelen en de Geest (Djibrîl) tot Hem opstijgen in een dag waarvan de maat vijftigduizend jaren is
Siregar
فَاصْبِرْ صَبْرًا جَمٖیلًا
Volhard daarom geduldig op gepaste wijze
Siregar
اِنَّهُمْ یَرَوْنَهُ بَعٖیدًاۙ
Voorwaar, zij zien haar (de bestraffing) van ver weg
Siregar
وَنَرٰیهُ قَرٖیبًاؕ
Maar Wij zien haar van nabij
Siregar
یَوْمَ تَكُونُ السَّمَٓاءُ كَالْمُهْلِۙ
Op die Dag zal de hemel als gesmolten metaal zijn
Siregar
وَتَكُونُ الْجِبَالُ كَالْعِهْنِۙ
En zullen de bergen als (vlokken) wol zijn
Siregar
وَلَا یَسْـَٔلُ حَمٖیمٌ حَمٖیمًاۚ
En geen trouwe vriend zal naar een (andere) trouwe vriend vragen
Siregar