حٰمٓؕ
Ha Mîm
Siregar
الدُّخَانِ
De Rook · Mekkaans · 59 verzen · Juz 25, Pagina 496
حٰمٓؕ
Ha Mîm
Siregar
وَالْكِتَابِ الْمُبٖینِۙ
Bij het duidelijke Boek. (de Koran)
Siregar
اِنَّٓا اَنْزَلْنَاهُ فٖی لَیْلَةٍ مُبَارَكَةٍ اِنَّا كُنَّا مُنْذِرٖینَ
Voorwaar, Wij hebben hem (de Koran) in de gezegende nacht neergezonden. Voorwaar, Wij zijn Waarschuwers
Siregar
فٖیهَا یُفْرَقُ كُلُّ اَمْرٍ حَكٖیمٍؕ
Daarin worden alle wijze zaken uiteengezet
Siregar
اَمْرًا مِنْ عِنْدِنَاؕ اِنَّا كُنَّا مُرْسِلٖینَۚ
Als een bevel van Ons: voorwaar, Wij zonden (de Profeten)
Siregar
رَحْمَةً مِنْ رَبِّكَؕ اِنَّهُ هُوَ السَّمٖیعُ الْعَلٖیمُۙ
Als Barmhartigheid van jouw Heer. Voorwaar, Hij is de Alhorende, de Alwetende
Siregar
رَبِّ السَّمٰوَاتِ وَالْاَرْضِ وَمَا بَیْنَهُمَاۘ اِنْ كُنْتُمْ مُوقِنٖینَ
De Heer van de hemelen en de aarde en wat er tussen is, als jullie overtuigden zijn
Siregar
لَٓا اِلٰهَ اِلَّا هُوَ یُحْيٖ وَیُمٖیتُؕ رَبُّكُمْ وَرَبُّ اٰبَٓائِكُمُ الْاَوَّلٖینَ
Er is geen god dan Hij, Hij doet leven en sterven, jullie Heer en de Heer van jullie voorvaderen
Siregar
بَلْ هُمْ فٖی شَكٍّ یَلْعَبُونَ
Zij blijven zelfs in twijfel doorspelen
Siregar
فَارْتَقِبْ یَوْمَ تَاْتِی السَّمَٓاءُ بِدُخَانٍ مُبٖینٍۙ
Wacht dan op de Dag waarop in de hemel duidelijke rook verschijnt
Siregar
یَغْشَى النَّاسَؕ هٰذَا عَذَابٌ اَلٖیمٌ
Die de mensen omhult. Dit is een pijnlijke bestraffing
Siregar
رَبَّنَا اكْشِفْ عَنَّا الْعَذَابَ اِنَّا مُؤْمِنُونَ
(Zij zullen zeggen:) "Onze Heer, neem de bestraffing, van ons weg: voorwaar, wij zijn gelovigen
Siregar
اَنّٰى لَهُمُ الذِّكْرٰى وَقَدْ جَٓاءَهُمْ رَسُولٌ مُبٖینٌۙ
Hoe zullen zij zich laten vermanen, terwijl er reeds een duidelijke Boodschapper tot hen is gekomen
Siregar
ثُمَّ تَوَلَّوْا عَنْهُ وَقَالُوا مُعَلَّمٌ مَجْنُونٌۘ
Toen wendden zij zich van hem af, en zeiden: "Hij is een bezeten onderwezene
Siregar
اِنَّا كَاشِفُوا الْعَذَابِ قَلٖیلًا اِنَّكُمْ عَٓائِدُونَۘ
Voorwaar, Wij nemen iets van de bestraffing weg: voorwaar, jullie keren terug (tot ongeloof)
Siregar
یَوْمَ نَبْطِشُ الْبَطْشَةَ الْكُبْرٰىۚ اِنَّا مُنْتَقِمُونَ
(Gedenkt) de Dag dat Wij hen zullen grijpen met de zware bestraffing: voorwaar, Wij zijn Vergelders
Siregar
وَلَقَدْ فَتَنَّا قَبْلَهُمْ قَوْمَ فِرْعَوْنَ وَجَٓاءَهُمْ رَسُولٌ كَرٖیمٌۙ
En voorzeker, Wij hebben voorheen het volk van Fir'aun op de proef gesteld. En er was een edele Boodschapper (Môesa) tot hen gekomen
Siregar
اَنْ اَدُّٓوا اِلَیَّ عِبَادَ اللّٰهِؕ اِنّٖی لَكُمْ رَسُولٌ اَمٖینٌۙ
(Hij zei:) "Laat de dienaren van Allah (vrij) tot mij komen: voorwaar, ik ben voor jullie een betrouwbare Boodschapper
Siregar