اِقْتَرَبَ لِلنَّاسِ حِسَابُهُمْ وَهُمْ فٖی غَفْلَةٍ مُعْرِضُونَۚ
Dichter bij voor de mensen is hun afrekening gekomen, terwijl zij zich in onachtzaamheid afwenden
Siregar
الْاَنْبِيَاءِ
De Profeten · Mekkaans · 112 verzen · Juz 17, Pagina 322
اِقْتَرَبَ لِلنَّاسِ حِسَابُهُمْ وَهُمْ فٖی غَفْلَةٍ مُعْرِضُونَۚ
Dichter bij voor de mensen is hun afrekening gekomen, terwijl zij zich in onachtzaamheid afwenden
Siregar
مَا یَاْتٖیهِمْ مِنْ ذِكْرٍ مِنْ رَبِّهِمْ مُحْدَثٍ اِلَّا اسْتَمَعُوهُ وَهُمْ یَلْعَبُونَۙ
En er komt geen nieuwe Vermaning van hun Heer tot hen, of zij luisteren ernaar terwijl zij er de spot mee drijven
Siregar
لَاهِیَةً قُلُوبُهُمْؕ وَاَسَرُّوا النَّجْوٰىࣗ اَلَّذٖینَ ظَلَمُواࣗ هَلْ هٰذَٓا اِلَّا بَشَرٌ مِثْلُكُمْۚ اَفَتَاْتُونَ السِّحْرَ وَاَنْتُمْ تُبْصِرُونَ
Achteloos zijn hun harken. En degenen die onrechtvaardig zijn verbergen (hun onrecht) in heimelijk overleg (en zeggen:) "Deze (Boodschapper) is niet anders dan een mens zoals jullie." Nemen jullie dan tovenarij aan, terwijl jullie het doorzien
Siregar
قَالَ رَبّٖی یَعْلَمُ الْقَوْلَ فِی السَّمَٓاءِ وَالْاَرْضِؗ وَهُوَ السَّمٖیعُ الْعَلٖیمُ
Hij (Moehammad) zei: "Mijn Heer weet wat er in de hemelen en op de aarde gesproken wordt, en Hij is de Alhorende, de Alwetende
Siregar
بَلْ قَالُٓوا اَضْغَاثُ اَحْلَامٍ بَلِ افْتَرٰیهُ بَلْ هُوَ شَاعِرٌۚ فَلْیَاْتِنَا بِاٰیَةٍ كَمَٓا اُرْسِلَ الْاَوَّلُونَ
Zij (de ongelovigen) zeggen zelfs: "Het verwardste gedroom is (deze Koran), hij verzon hem zelfs, hij is zelfs een dichter! Laat hem dan een Teken tot ons brengen zoals aan de voorafgaanden gezonden werd
Siregar
مَٓا اٰمَنَتْ قَبْلَهُمْ مِنْ قَرْیَةٍ اَهْلَكْنَاهَاۚ اَفَهُمْ یُؤْمِنُونَ
Zij geloofden niet, degenen vóór hen uit de steden die Wü vernietigden: zullen zij dan geloven
Siregar
وَمَٓا اَرْسَلْنَا قَبْلَكَ اِلَّا رِجَالًا نُوحٖٓی اِلَیْهِمْ فَسْـَٔلُٓوا اَهْلَ الذِّكْرِ اِنْ كُنْتُمْ لَا تَعْلَمُونَ
En Wij hebben (niemnd) vóór jou gezonden of zij waren slechts mannen aan wie Wij openbaarden. Vraagt dan de bezitters van kennis, indien jullie het Riet weten
Siregar
وَمَا جَعَلْنَاهُمْ جَسَدًا لَا یَاْكُلُونَ الطَّعَامَ وَمَا كَانُوا خَالِدٖینَ
En Wij schiepen hen niet met lichamen die geen voedsel aten en zij leefden niet eeuwig
Siregar
ثُمَّ صَدَقْنَاهُمُ الْوَعْدَ فَاَنْجَیْنَاهُمْ وَمَنْ نَشَٓاءُ وَاَهْلَكْنَا الْمُسْرِفٖینَ
Dawop vervulden Wij voor ben de belofte en Wij redden ben en wie Wij wensten. En Wij vemietigden de buitensporigen
Siregar
لَقَدْ اَنْزَلْنَٓا اِلَیْكُمْ كِتَابًا فٖیهِ ذِكْرُكُمْؕ اَفَلَا تَعْقِلُونَࣖ
Voorzeker, Wij hebben aan jullie een Boek doen neerdalen met daarin jullie eer. Begrijpom jullie het niet
Siregar