الٓمٓࣞ
Alif Lâm Mîm
Siregar
الرُّومِ
De Romeinen · Mekkaans · 60 verzen · Juz 21, Pagina 404
الٓمٓࣞ
Alif Lâm Mîm
Siregar
غُلِبَتِ الرُّومُۙ
Ik Romeinen zijn overwonnen
Siregar
فٖٓی اَدْنَى الْاَرْضِ وَهُمْ مِنْ بَعْدِ غَلَبِهِمْ سَیَغْلِبُونَۙ
In het nabijgelegen land, en na hun nederlaag zullen zij overwinnen
Siregar
فٖی بِضْعِ سِنٖینَؕ لِلّٰهِ الْاَمْرُ مِنْ قَبْلُ وَمِنْ بَعْدُؕ وَیَوْمَئِذٍ یَفْرَحُ الْمُؤْمِنُونَۙ
In enkelen jaren. Aan Allah behoort het bevel, voordien en nadien. En op die dag zullen de gelovigen zich verheugen
Siregar
بِنَصْرِ اللّٰهِؕ یَنْصُرُ مَنْ یَشَٓاءُؕ وَهُوَ الْعَزٖیزُ الرَّحٖیمُ
Dank zij de hulp van Allah. Hij helpt wie Hij wil. En Hij is de Almachtige, de Meest Bamhartige
Siregar