وَالصَّٓافَّاتِ صَفًّاۙ
Bij hen die in rijen staan (de Engelen)
Siregar
الصَّاۤفَّاتِ
Die in Rijen staan · Mekkaans · 182 verzen · Juz 23, Pagina 446
وَالصَّٓافَّاتِ صَفًّاۙ
Bij hen die in rijen staan (de Engelen)
Siregar
فَالزَّاجِرَاتِ زَجْرًاۙ
Die de wolken voortdrijven
Siregar
فَالتَّالِیَاتِ ذِكْرًاۙ
Die de Vermaning (de Koran) voordragen
Siregar
اِنَّ اِلٰهَكُمْ لَوَاحِدٌؕ
Voorwaar, jullie God is zeker Eén
Siregar
رَبُّ السَّمٰوَاتِ وَالْاَرْضِ وَمَا بَیْنَهُمَا وَرَبُّ الْمَشَارِقِؕ
De Heer van de hemelen en de aarde en wat er tussen is en de Heer van de plaatsen van zonsopgang
Siregar
اِنَّا زَیَّنَّا السَّمَٓاءَ الدُّنْیَا بِزٖینَةٍࣙ الْكَوَاكِبِۙ
Voorwaar, Wij hebben de nabije hemel gesierd met een veniering: de sterren
Siregar
وَحِفْظًا مِنْ كُلِّ شَیْطَانٍ مَارِدٍۚ
En als bescherming tegen alle opstandige Satans
Siregar
لَا یَسَّمَّعُونَ اِلَى الْمَلَاِ الْاَعْلٰى وَیُقْذَفُونَ مِنْ كُلِّ جَانِبٍࣗ
Zij kunnen niet luisteren bij de hoogste groep (de Engelen). Er wordt naar hen geworpen vanuit alle kanten
Siregar
دُحُورًا وَلَهُمْ عَذَابٌ وَاصِبٌۙ
Ter verjaging. En voor hen is er een ononderbroken bestraffing
Siregar
اِلَّا مَنْ خَطِفَ الْخَطْفَةَ فَاَتْبَعَهُ شِهَابٌ ثَاقِبٌ
Behalve wie afluisterend luistert: een gloeiende vlam achtervolgt hem
Siregar
فَاسْتَفْتِهِمْ اَهُمْ اَشَدُّ خَلْقًا اَمْ مَنْ خَلَقْنَاؕ اِنَّا خَلَقْنَاهُمْ مِنْ طٖینٍ لَازِبٍ
Vraag hen: "Zijn zij (de mensen) moeilijker om te scheppen of dat (hemel en aarde en wat er tussen is) wat wij hebben geschapen?" Voorwaar, Wij hebben hen van kleverige klei geschapen
Siregar
بَلْ عَجِبْتَ وَیَسْخَرُونَࣕ
Jij verbaastje zelfs omdat zij (de door jou gebracht boodschap) bespotten
Siregar
وَاِذَا ذُكِّرُوا لَا یَذْكُرُونَࣕ
En wanneer zij vermaand worden, dan nemen zij de Vemaning niet tot zich
Siregar
وَاِذَا رَاَوْا اٰیَةً یَسْتَسْخِرُونَࣕ
En wanneer zij een Teken (een goddelijk wonder) zien, dan bespotten zij
Siregar
وَقَالُٓوا اِنْ هٰذَٓا اِلَّا سِحْرٌ مُبٖینٌۚ
En zij zeggen: "Dit is niets dan duidelijke tovenarij
Siregar
ءَاِذَا مِتْنَا وَكُنَّا تُرَابًا وَعِظَامًا ءَاِنَّا لَمَبْعُوثُونَۙ
Als wij al dood zijn en tot aarde en beenderen zijn geworden; zullen wij dan zeker opgewekt worden
Siregar
اَوَاٰبَٓاؤُ𐻾نَا الْاَوَّلُونَؕ
En ook onze voorvaderen
Siregar
قُلْ نَعَمْ وَاَنْتُمْ دَاخِرُونَۚ
Zeg: "Ja, en jullie zullen vemederd zijn
Siregar
فَاِنَّمَا هِیَ زَجْرَةٌ وَاحِدَةٌ فَاِذَا هُمْ یَنْظُرُونَ
Het is dan slechts één bliksemslag, waarna zij om zich heen kijken
Siregar
وَقَالُوا یَا وَیْلَنَا هٰذَا یَوْمُ الدّٖینِ
En zij zullen zeggen: "Wee ons, dit is de Dag des Oordeels
Siregar
هٰذَا یَوْمُ الْفَصْلِ الَّذٖی كُنْتُمْ بِهٖ تُكَذِّبُونَࣖ
Dit is de Dag van de beslissing, die jullie plachten te loochenen
Siregar
اُحْشُرُوا الَّذٖینَ ظَلَمُوا وَاَزْوَاجَهُمْ وَمَا كَانُوا یَعْبُدُونَۙ
(Tot de Engelen wordt gezegd:) "Verzamelt degenen die onrecht pleegden en hun gelijken en wat zij plachten te aanbidden
Siregar
مِنْ دُونِ اللّٰهِ فَاهْدُوهُمْ اِلٰى صِرَاطِ الْجَحٖیمِۙ
Naast Allah. Leidt ben dan naar de weg naar Djahîm (de Hel)
Siregar
وَقِفُوهُمْ اِنَّهُمْ مَسْؤُ𐻿لُونَۙ
En houdt hen vast: voorwaar, zij zullen ondervraagd worden
Siregar