نٓ وَالْقَلَمِ وَمَا یَسْطُرُونَۙ
Nôen. Bij de pen en wat zij schrijven
Siregar
الْقَلَمِ
De Pen · Mekkaans · 52 verzen · Juz 29, Pagina 564
نٓ وَالْقَلَمِ وَمَا یَسْطُرُونَۙ
Nôen. Bij de pen en wat zij schrijven
Siregar
مَٓا اَنْتَ بِنِعْمَةِ رَبِّكَ بِمَجْنُونٍۚ
Jij bent dankzij de gunst van jouw Heer geen bezetene
Siregar
وَاِنَّ لَكَ لَاَجْرًا غَیْرَ مَمْنُونٍۚ
En voorwaar, voor jou is er zeker een beloning zonder onderbreking
Siregar
وَاِنَّكَ لَعَلٰى خُلُقٍ عَظٖیمٍ
En voorwaar, jij beschikt over een hoogstaand karakter
Siregar
فَسَتُبْصِرُ وَیُبْصِرُونَۙ
Jullie zullen zien en zij zullen zien
Siregar
بِاَیِّكُمُ الْمَفْتُونُ
Wie van jullie de (met bezetenheid) beproefde is
Siregar
اِنَّ رَبَّكَ هُوَ اَعْلَمُ بِمَنْ ضَلَّ عَنْ سَبٖیلِهٖࣕ وَهُوَ اَعْلَمُ بِالْمُهْتَدٖینَ
Voorwaar, jouw Heer weet het beste wie van Zijn Weg is afgedwaald en Hij kent het beste de rechtgeleiden
Siregar
فَلَا تُطِعِ الْمُكَذِّبٖینَ
Gehoorzaam daarom de loochenaars niet
Siregar
وَدُّوا لَوْ تُدْهِنُ فَیُدْهِنُونَ
Zij wensen dat jij toegeeflijk zal worden, dan zullen zij (ook) toegeeflijk worden
Siregar
وَلَا تُطِعْ كُلَّ حَلَّافٍ مَهٖینٍۙ
En gehoorzaam geen enkele verachtelijke edenzweerder
Siregar
هَمَّازٍ مَشَّٓاءٍ بِنَمٖیمٍۙ
Een lasteraar die rondloopt met roddelpraat
Siregar
مَنَّاعٍ لِلْخَیْرِ مُعْتَدٍ اَثٖیمٍۙ
Een tegenhouder van het goede, buitensporig, zondig
Siregar
عُتُلٍّ بَعْدَ ذٰلِكَ زَنٖیمٍۙ
Die daarnaast ook nog een bruut is, en bastaard
Siregar
اَنْ كَانَ ذَا مَالٍ وَبَنٖینَؕ
(Hij is ongelovig) omdat hij een bezitter van rijkdom en zonen is
Siregar
اِذَا تُتْلٰى عَلَیْهِ اٰیَاتُنَا قَالَ اَسَاطٖیرُ الْاَوَّلٖینَ
Wanneer Onze Verzen aan hem voorgedragen worden, dan zegt hij: "Fabels van de vroegeren
Siregar