الشُّعَرَاءِ

26. Ash-Shu'ara

De Dichters · Mekkaans · 227 verzen · Juz 19, Pagina 367

طٰسٓمٓؕ

Tha Sîn Mîm

Siregar

تِلْكَ اٰیَاتُ الْكِتَابِ الْمُبٖینِ

Dit zijn Verzen van het duidelijke Boek

Siregar

لَعَلَّكَ بَاخِعٌ نَفْسَكَ اَلَّا یَكُونُوا مُؤْمِنٖینَ

Misschien zou jij jezelf vernietigen van verdriet omdat zij geen gelovigen zijn

Siregar

اِنْ نَشَاْ نُنَزِّلْ عَلَیْهِمْ مِنَ السَّمَٓاءِ اٰیَةً فَظَلَّتْ اَعْنَاقُهُمْ لَهَا خَاضِعٖینَ

Als Wij het gewenst hadden, hadden Wij een Teken uit de hemel tot hen doen neerdalen, zodat hun nekken ervoor gebogen bleven

Siregar

وَمَا یَاْتٖیهِمْ مِنْ ذِكْرٍ مِنَ الرَّحْمٰنِ مُحْدَثٍ اِلَّا كَانُوا عَنْهُ مُعْرِضٖینَ

Er komt geen nieuwe Vemaning van de Erbarmer tot hen, of zij wenden zich eman af

Siregar

فَقَدْ كَذَّبُوا فَسَیَاْتٖیهِمْ اَنْبٰٓؤُ𐻾ا مَا كَانُوا بِهٖ یَسْتَهْزِؤُ𐻿نَ

Voorzeker, zij loochenden, maar berichten over wat zij plachten te bespotten zullen tot hen komen

Siregar

اَوَلَمْ یَرَوْا اِلَى الْاَرْضِ كَمْ اَنْبَتْنَا فٖیهَا مِنْ كُلِّ زَوْجٍ كَرٖیمٍ

Kijken zij dan aiet naar de aarde, hoeveel Wij er van allerlei rijke soorten grwassen op doen groeien

Siregar

اِنَّ فٖی ذٰلِكَ لَاٰیَةًؕ وَمَا كَانَ اَكْثَرُهُمْ مُؤْمِنٖینَ

Voorwaar, daarin is zeker een Teken, maar de meesten van hen zijn geen gelovigen

Siregar

وَاِنَّ رَبَّكَ لَهُوَ الْعَزٖیزُ الرَّحٖیمُࣖ

En voorwaar, jouw Heer: Hij is zeker de Almachtige, Meest Barmhartige

Siregar

وَاِذْ نَادٰى رَبُّكَ مُوسٰٓى اَنِ ائْتِ الْقَوْمَ الظَّالِمٖینَۙ

(Gedenk) toen jouw Heer Môesa opriep: "Ga naar het volk van de onrechtvaardigen

Siregar

قَوْمَ فِرْعَوْنَؕ اَلَا یَتَّقُونَ

Het volk van Fir'aun, vrezen zij (Allah) niet

Siregar

قَالَ رَبِّ اِنّٖٓی اَخَافُ اَنْ یُكَذِّبُونِؕ

Hij (Môesa) zei: "Mijn Heer, ik ben bang dat zij mij loochenen

Siregar

وَیَضٖیقُ صَدْرٖی وَلَا یَنْطَلِقُ لِسَانٖی فَاَرْسِلْ اِلٰى هٰرُونَ

En dat mijn borst zich zal vernauwen en dat ik niet vloeiend zal spreken, zend daarom (de Engel) naar Hârôen

Siregar

وَلَهُمْ عَلَیَّ ذَنْبٌ فَاَخَافُ اَنْ یَقْتُلُونِۚ

En zij hebben (een beschuldiging van) een misdaad tegen mij en ik ben bang dat zij mij zullen doden

Siregar

قَالَ كَلَّاۚ فَاذْهَبَا بِاٰیَاتِنَٓا اِنَّا مَعَكُمْ مُسْتَمِعُونَ

Hij (Allah) zei: "Nee, gaat dus beiden met Onze Tekenen: voorwaar, Wij zijn met jullie, luisterend

Siregar

فَاْتِیَا فِرْعَوْنَ فَقُولَٓا اِنَّا رَسُولُ رَبِّ الْعَالَمٖینَۙ

Gaat daarom naar Fir'aun en zegt: "Voorwaar, wij zijn de Boodschappers van de Heer der Werelden

Siregar

اَنْ اَرْسِلْ مَعَنَا بَنٖٓی اِسْرَٓایٖٔلَؕ

Zend de Kinderen van Israël met ons

Siregar

قَالَ اَلَمْ نُرَبِّكَ فٖینَا وَلٖیدًا وَلَبِثْتَ فٖینَا مِنْ عُمُرِكَ سِنٖینَ

Hij (Fir'aun) zei: "Hebben wij jou niet als een kind onder ons opgevoed en verbleef jij geen jaren van jouw leven onder ons

Siregar

وَفَعَلْتَ فَعْلَتَكَ الَّتٖی فَعَلْتَ وَاَنْتَ مِنَ الْكَافِرٖینَ

En jij deed wat jij deed en jij behooft tot de ondankbaren

Siregar

Over soera Ash-Shu'ara

Nummer in de Koran
26
Naam in het Arabisch
الشُّعَرَاءِ
Betekenis
De Dichters
Geopenbaard in
Mekka
Volgorde van openbaring
47
Aantal verzen
227
Juz
19
Pagina’s in de Mushaf
367-376
0:00
0:00