صۤ

38. Sad

Saad (de letter) · Mekkaans · 88 verzen · Juz 23, Pagina 453

صٓ وَالْقُرْاٰنِ ذِی الذِّكْرِؕ

Shâd. Bij de Koran, bezitter van eer

Siregar

بَلِ الَّذٖینَ كَفَرُوا فٖی عِزَّةٍ وَشِقَاقٍ

Maar degenen die ongelovig zijn., verkeren in eigendunk en opstandigheid

Siregar

كَمْ اَهْلَكْنَا مِنْ قَبْلِهِمْ مِنْ قَرْنٍ فَنَادَوْا وَلَاتَ حٖینَ مَنَاصٍ

Hoeveelgeneraties vóór hen hebben Wij niet vernietigd, die toen (tot Ons) riepen. Die tijd was niet de tijd om te vluchten

Siregar

وَعَجِبُٓوا اَنْ جَٓاءَهُمْ مُنْذِرٌ مِنْهُمْؗ وَقَالَ الْكَافِرُونَ هٰذَا سَاحِرٌ كَذَّابٌۚ

En zij verbaasden zich dat er om waarschuwer uit hun midden tot hen was gekomen. En de ongelovigen zeiden: "Dit is een liegende tovenaar

Siregar

اَجَعَلَ الْاٰلِهَةَ اِلٰهًا وَاحِدًاۚ اِنَّ هٰذَا لَشَیْءٌ عُجَابٌ

Heeft hij de goden tot één God gernaakt? Voorwaar, dit is zeker een verbazingwekkend iets

Siregar

وَانْطَلَقَ الْمَلَاُ مِنْهُمْ اَنِ امْشُوا وَاصْبِرُوا عَلٰٓى اٰلِهَتِكُمْۚ اِنَّ هٰذَا لَشَیْءٌ یُرَادُۚ

En de vooranstaanden onder hen gingen weg (zeggend:) "Ga door en wees geduldig met (de aanbidding van) jullie goden. Voorwaar, dat (van Moehammad) is zeker iets dat (tegen jullie) bedoeld is

Siregar

مَا سَمِعْنَا بِهٰذَا فِی الْمِلَّةِ الْاٰخِرَةِۚ اِنْ هٰذَٓا اِلَّا اخْتِلَاقٌۚ

En wij hebben hierover niets gehoord in de laatste godsdienst. Dit is niets dan een verzinsel

Siregar

ءَاُنْزِلَ عَلَیْهِ الذِّكْرُ مِنْ بَیْنِنَاؕ بَلْ هُمْ فٖی شَكٍّ مِنْ ذِكْرٖیۚ بَلْ لَمَّا یَذُوقُوا عَذَابِؕ

Is aan hem uit Ons midden de Vermaning neergezonden? Nee! Zij verkeren in twijfel over Mijn Vermaning. Nee! Zij hebben de bestraffing nog niet geproefd

Siregar

اَمْ عِنْدَهُمْ خَزَٓائِنُ رَحْمَةِ رَبِّكَ الْعَزٖیزِ الْوَهَّابِۚ

Of zijn bij ben de schatten van de Barmhartigheid van jouw Heer, de Almachtig, de Schenker

Siregar

اَمْ لَهُمْ مُلْكُ السَّمٰوَاتِ وَالْاَرْضِ وَمَا بَیْنَهُمَاࣞ فَلْیَرْتَقُوا فِی الْاَسْبَابِ

Of behoort aan hèn het koninkrijk van de hemelen en de aarde en wat daartussen is? Laten zij dan langs de ladders omhoog klimmen

Siregar

جُنْدٌ مَا هُنَالِكَ مَهْزُومٌ مِنَ الْاَحْزَابِ

Zij zijn daar niets anden dan het verslagen leger van de bondgenoten

Siregar

كَذَّبَتْ قَبْلَهُمْ قَوْمُ نُوحٍ وَعَادٌ وَفِرْعَوْنُ ذُوالْاَوْتَادِۙ

Vóór hen loochende het volk van Nôeh, en (het volk van) de 'Âd en Fir'aun, de bezitter van de pinnen (macht)

Siregar

وَثَمُودُ وَقَوْمُ لُوطٍ وَاَصْحَابُ لْــَٔیْكَةِؕ اُو𐻾لٰٓئِكَ الْاَحْزَابُ

En de Tsamôed, het volk van Lôeth en de bewoners van Aikah. Zij zijn de bondgenoten

Siregar

اِنْ كُلٌّ اِلَّا كَذَّبَ الرُّسُلَ فَحَقَّ عِقَابِࣖ

En er was niemand onder hen, of hij loochende de Boodschappers, zodat Mijn bestraffing bewaarheid word

Siregar

وَمَا یَنْظُرُ هٰٓؤُ𐻾لَٓاءِ اِلَّا صَیْحَةً وَاحِدَةً مَا لَهَا مِنْ فَوَاقٍ

En zij wachtten slechts op één enkele bliksemslag, die geen onderbreking kent

Siregar

وَقَالُوا رَبَّنَا عَجِّلْ لَنَا قِطَّنَا قَبْلَ یَوْمِ الْحِسَابِ

En zij zeggen: "Onze Heer, bespoedig voor ons ons deel (van de bestraffing) vóór de Dag des Oordeels

Siregar

Over soera Sad

Nummer in de Koran
38
Naam in het Arabisch
صۤ
Betekenis
Saad (de letter)
Geopenbaard in
Mekka
Volgorde van openbaring
38
Aantal verzen
88
Juz
23
Pagina’s in de Mushaf
453-458
0:00
0:00