سَبِّحِ اسْمَ رَبِّكَ الْاَعْلٰىۙ
Prijs de naam van jouw Heer, de Hoogste
Siregar
الْاَعْلٰى
De Hoogste · Mekkaans · 19 verzen · Juz 30, Pagina 592
سَبِّحِ اسْمَ رَبِّكَ الْاَعْلٰىۙ
Prijs de naam van jouw Heer, de Hoogste
Siregar
اَلَّذٖی خَلَقَ فَسَوّٰىࣕۙ
Degene Die geschapen heeft en vervolmaakt
Siregar
وَالَّذٖی قَدَّرَ فَهَدٰىࣕۙ
En Degene Die de maat bepaald heeft en Die geleid heeft
Siregar
وَالَّذٖٓی اَخْرَجَ الْمَرْعٰىࣕۙ
Degene die het weidegras doet groeien
Siregar
فَجَعَلَهُ غُثَٓاءً اَحْوٰىؕ
En het daarna dor (en) zwart maakt
Siregar
سَنُقْرِئُكَ فَلَا تَنْسٰىۙ
Wij zullen (de Koran) aan jou voordragen en jij zult (hem) niet vergeten
Siregar
اِلَّا مَا شَٓاءَ اللّٰهُؕ اِنَّهُ یَعْلَمُ الْجَهْرَ وَمَا یَخْفٰىؕ
Behalve wat Allah wil. Voorwaar, Hij kent het openlijke en het verborgene
Siregar
وَنُیَسِّرُكَ لِلْیُسْرٰىۚ
En Wij zullen het gemakkelijke voor jou gemakkelijk maken
Siregar
فَذَكِّرْ اِنْ نَفَعَتِ الذِّكْرٰىؕ
Vermaan daarom, als de Vermaning (hun) baat
Siregar
سَیَذَّكَّرُ مَنْ یَخْشٰىۙ
Wie (Allah) vreest zal zich laten vermanen
Siregar
وَیَتَجَنَّبُهَا الْاَشْقٰىۙ
Maar de ellendige zal het vermijden
Siregar
اَلَّذٖی یَصْلَى النَّارَ الْكُبْرٰىۚ
Degene die het grote Vuur binnengaat
Siregar
ثُمَّ لَا یَمُوتُ فٖیهَا وَلَا یَحْیٰىؕ
Hij zal dan daarin niet sterven en niet leven
Siregar
قَدْ اَفْلَحَ مَنْ تَزَكّٰىۙ
Hij die zich reinigt (van zijn zonden) zal waarlijk slagen
Siregar
وَذَكَرَ اسْمَ رَبِّهٖ فَصَلّٰىؕ
En (ook) die de Naam van zijn Heer gedenkt en de shalât verricht
Siregar
بَلْ تُؤْثِرُونَ الْحَیٰوةَ الدُّنْیَاؗ
Jullie geven immers voorrang aan het wereldse leven
Siregar
وَالْاٰخِرَةُ خَیْرٌ وَاَبْقٰىؕ
Terwijl het Hiernamaals beter en blijvender is
Siregar
اِنَّ هٰذَا لَفِی الصُّحُفِ الْاُو𐻿لٰىۙ
Voorwaar, dit staat zeker in de vroegere bladen
Siregar
صُحُفِ اِبْرٰهٖیمَ وَمُوسٰى
De bladen van Ibrâhîm en Môesa
Siregar