تَبَّتْ یَدَٓا اَبٖی لَهَبٍ وَتَبَّؕ
Vernietigd zijn de handen van Aboe Lahab en vernietigd is hij
Siregar
الْمَسَدِ
De Palmvezel · Mekkaans · 5 verzen · Juz 30, Pagina 604
تَبَّتْ یَدَٓا اَبٖی لَهَبٍ وَتَبَّؕ
Vernietigd zijn de handen van Aboe Lahab en vernietigd is hij
Siregar
مَٓا اَغْنٰى عَنْهُ مَالُهُ وَمَا كَسَبَؕ
Zijn bezit en wat hij voortbracht, baat hem niet
Siregar
سَیَصْلٰى نَارًا ذَاتَ لَهَبٍۚ
Hij zal een vuur van vlammen (de Hel) binnengaan
Siregar
وَامْرَاَتُهُؕ حَمَّالَةَ الْحَطَبِۚ
En ook zijn vrouw, aandraagster van brandhout
Siregar
فٖی جٖیدِهَا حَبْلٌ مِنْ مَسَدٍ
Om haar nek een touw van vezels
Siregar