هَلْ اَتٰى عَلَى الْاِنْسَانِ حٖینٌ مِنَ الدَّهْرِ لَمْ یَكُنْ شَیْـًٔا مَذْكُورًا
Voorzeker, er is voor de mens een periode geweest waarin hij in niets gedenkwaardig was
Siregar
الْاِنْسَانِ
De Mens · Medinaans · 31 verzen · Juz 29, Pagina 578
هَلْ اَتٰى عَلَى الْاِنْسَانِ حٖینٌ مِنَ الدَّهْرِ لَمْ یَكُنْ شَیْـًٔا مَذْكُورًا
Voorzeker, er is voor de mens een periode geweest waarin hij in niets gedenkwaardig was
Siregar
اِنَّا خَلَقْنَا الْاِنْسَانَ مِنْ نُطْفَةٍ اَمْشَاجٍࣗ نَبْتَلٖیهِ فَجَعَلْنَاهُ سَمٖیعًا بَصٖیرًا
Voorwaar, Wij hebben de mens geschapen uit een gemengde druppel om hem te beproeven. Daarop gaven Wij hem het gehoor en gezichtsvermogen
Siregar
اِنَّا هَدَیْنَاهُ السَّبٖیلَ اِمَّا شَاكِرًا وَاِمَّا كَفُورًا
Voorwaar, Wij wezen hem de Weg: wordt hij dankbaar of wordt hij ondankbaar
Siregar
اِنَّٓا اَعْتَدْنَا لِلْكَافِرٖینَ سَلَاسِلَا𐻾 وَاَغْلَالًا وَسَعٖیرًا
Voorwaar, voor de ongelovigen hebben Wij kettingen, en ketens en Sa'îr (de Hel) bereid
Siregar
اِنَّ الْاَبْرَارَ یَشْرَبُونَ مِنْ كَاْسٍ كَانَ مِزَاجُهَا كَافُورًاۚ
Voorwaar, de deugdzamen zullen drinken uit een beker waarvan de mengdrank van Kâfôer (kamfer) is
Siregar