يُونُسَ

Soera Yunus, vers 18

Jonas · Mekkaans · 109 verzen

10:18

وَیَعْبُدُونَ مِنْ دُونِ اللّٰهِ مَا لَا یَضُرُّهُمْ وَلَا یَنْفَعُهُمْ وَیَقُولُونَ هٰٓؤُ𐻾لَٓاءِ شُفَعَٓاؤُ𐻾نَا عِنْدَ اللّٰهِؕ قُلْ اَتُنَبِّؤُ𐻿نَ اللّٰهَ بِمَا لَا یَعْلَمُ فِی السَّمٰوَاتِ وَلَا فِی الْاَرْضِؕ سُبْحَانَهُ وَتَعَالٰى عَمَّا یُشْرِكُونَ

WayaAAbudoona min dooni Allahi ma la yadurruhum wala yanfaAAuhum wayaqooloona haolai shufaAAaona AAinda Allahi qul atunabbioona Allaha bima la yaAAlamu fee alssamawati wala fee alardi subhanahu wataAAala AAamma yushrikoona

Vertalingen

En zij aanbidden naast Allah wat hen niet schaadt en niet baat, en zij zeggen: "Dezen zijn onze voorsprekers bij Allah." Zeg. "Willen jullie Allah inlichten over wat Hij niet kent in de hemelen en op de aarde?" Heilig is Hij en Verheven boven de deelgenoten die zij aan Hem toekennen

Sofian S. Siregar

En zij dienen in plaats van God wat hen niet schaadt en niet nut en zij zeggen: "Dezen zijn onze bemiddelaars bij God." Zeg: "Willen jullie dan aan God iets meedelen wat Hij in de hemelen en op de aarde niet kent?" Hij zij geprezen, verheven als Hij is boven wat zij aan Hem als metgezellen toevoegen

Fred Leemhuis