يُونُسَ

Soera Yunus, vers 28

Jonas · Mekkaans · 109 verzen

10:28

وَیَوْمَ نَحْشُرُهُمْ جَمٖیعًا ثُمَّ نَقُولُ لِلَّذٖینَ اَشْرَكُوا مَكَانَكُمْ اَنْتُمْ وَشُرَكَٓاؤُ𐻾كُمْۚ فَزَیَّلْنَا بَیْنَهُمْ وَقَالَ شُرَكَٓاؤُ𐻾هُمْ مَا كُنْتُمْ اِیَّانَا تَعْبُدُونَ

Wayawma nahshuruhum jameeAAan thumma naqoolu lillatheena ashrakoo makanakum antum washurakaokum fazayyalna baynahum waqala shurakaohum ma kuntum iyyana taAAbudoona

Vertalingen

En op die Dag verzamelen Wij hen allen, vervolgerns zeggen Wij tot degenen die (aan Allah) deelgenoten toekenden: "Op jullie plaats, jullie en jullie afgoden!" Dan zullen Wij onderscheid tussen hen maken. En hun afgoden zullen zeggen: "Jullie hebben ons niet aanbeden

Sofian S. Siregar

En op de dag dat Wij hen allen verzamelen, dan zullen Wij tot de aanhangers van het veelgodendom zeggen: "Op jullie plaats, jullie en jullie [zogenaamd goddelijke] metgezellen!" En dan brengen Wij scheiding tussen hen aan. En hun [zogenaamd goddelijke] metgezellen zeggen: "Ons hebben jullie niet gediend

Fred Leemhuis