يُونُسَ

Soera Yunus, vers 49

Jonas · Mekkaans · 109 verzen

10:49

قُلْ لَٓا اَمْلِكُ لِنَفْسٖی ضَرًّا وَلَا نَفْعًا اِلَّا مَا شَٓاءَ اللّٰهُؕ لِكُلِّ اُمَّةٍ اَجَلٌؕ اِذَا جَٓاءَ اَجَلُهُمْ فَلَا یَسْتَاْخِرُونَ سَاعَةً وَلَا یَسْتَقْدِمُونَ

Qul la amliku linafsee darran wala nafAAan illa ma shaa Allahu likulli ommatin ajalun itha jaa ajaluhum fala yastakhiroona saAAatan wala yastaqdimoona

Vertalingen

Zeg (O Moehammad): "Ik heb voor mijzelf geen macht om schade te voorkomen, noch om iets van nut te verkrijgen, behalve wat Allah wil." Voor elke gemeenschap is er een eindtijd. Wanneer hun eindtijd is gekomen, dan kunnen zij het geen moment uitstellen, noch kunnen zij het bespoedigen

Sofian S. Siregar

Zeg: "Ik geen heb macht om mezelf tot schade of tot nut te zijn, afgezien van wat God wil. Voor iedere gemeenschap is er een termijn; wanneer hun termijn komt dan zullen zij geen uur te laat ontboden worden noch te vroeg

Fred Leemhuis