يُونُسَ

Soera Yunus, vers 66

Jonas · Mekkaans · 109 verzen

10:66

اَلَٓا اِنَّ لِلّٰهِ مَنْ فِی السَّمٰوَاتِ وَمَنْ فِی الْاَرْضِؕ وَمَا یَتَّبِعُ الَّذٖینَ یَدْعُونَ مِنْ دُونِ اللّٰهِ شُرَكَٓاءَؕ اِنْ یَتَّبِعُونَ اِلَّا الظَّنَّ وَاِنْ هُمْ اِلَّا یَخْرُصُونَ

Ala inna lillahi man fee alssamawati waman fee alardi wama yattabiAAu allatheena yadAAoona min dooni Allahi shurakaa in yattabiAAoona illa alththanna wain hum illa yakhrusoona

Vertalingen

Weet: voorwaar, aan Allah behoort wat er in de hemelen en op de aarde is. En degenen die deelgenoten naast Allah aanroepen volgen geen (overtuiging), zij volgen niets dan vermoedens en zij doen niets dan liegen

Sofian S. Siregar

Zeker, van God is wie in de hemelen en wie op de aarde is. Wat volgen zij die [zogenaamd goddelijke] metgezellen in plaats van God aanroepen? Zij volgen alleen maar vermoedens en zij gissen slechts

Fred Leemhuis