يُونُسَ

Soera Yunus, vers 68

Jonas · Mekkaans · 109 verzen

10:68

قَالُوا اتَّخَذَ اللّٰهُ وَلَدًا سُبْحَانَهُؕ هُوَ الْغَنِیُّؕ لَهُ مَا فِی السَّمٰوَاتِ وَمَا فِی الْاَرْضِؕ اِنْ عِنْدَ‌كُمْ مِنْ سُلْطَانٍ بِهٰذَاؕ اَتَقُولُونَ عَلَى اللّٰهِ مَا لَا تَعْلَمُونَ

Qaloo ittakhatha Allahu waladan subhanahu huwa alghaniyyu lahu ma fee alssamawati wama fee alardi in AAindakum min sultanin bihatha ataqooloona AAala Allahi ma la taAAlamoona

Vertalingen

Zij (de Joden en de Christenen) zeggen: "Allah heeft Zich een zoon genomen." Heilig is Hij, Hij is de Behoefteloze, aan Hem behoort wat in de hemelen en op de aarde is. Jullie hebben daarvoor geen bewijs. Zeggen jullie over Allah wat jullie niet weten

Sofian S. Siregar

Zij zeggen: "God heeft zich een kind genomen." Geprezen zij Hij. Hij is behoefteloos, van Hem is wat er in de hemelen en wat er op de aarde is. Jullie hebben hiervoor geen machtiging. Zeggen jullie over God waar jullie geen weet van hebben

Fred Leemhuis