يُونُسَ

Soera Yunus, vers 78

Jonas · Mekkaans · 109 verzen

10:78

قَالُٓوا اَجِئْتَنَا لِتَلْفِتَنَا عَمَّا وَجَدْنَا عَلَیْهِ اٰبَٓاءَنَا وَتَكُونَ لَكُمَا الْكِبْرِیَٓاءُ فِی الْاَرْضِؕ وَمَا نَحْنُ لَكُمَا بِمُؤْمِنٖینَ

Qaloo ajitana litalfitana AAamma wajadna AAalayhi abaana watakoona lakuma alkibriyao fee alardi wama nahnu lakuma bimumineena

Vertalingen

Zij zeiden. "Ben jij tot ons gekomen om ons af te brengen van dat (pad van de afgoderij) waarop wij onze vaderen aantroffen en opdat de macht op aarde voor jullie (Môesa en Hârôen) zou zijn? Maar wij geloven jullie niet

Sofian S. Siregar

Zij zeiden: "Ben jij tot ons gekomen om ons daarvan af te brengen waarvan wij gemerkt hebben dat onze vaderen eraan gewoon waren en opdat de hoogste macht in het land voor jullie beiden zal zijn? Maar wij hechten aan jullie geen geloof

Fred Leemhuis