يُونُسَ

Soera Yunus, vers 88

Jonas · Mekkaans · 109 verzen

10:88

وَقَالَ مُوسٰى رَبَّنَٓا اِنَّكَ اٰتَیْتَ فِرْعَوْنَ وَمَلَاَهُ زٖینَةً وَاَمْوَالًا فِی الْحَیٰوةِ الدُّنْیَاۙ رَبَّنَا لِیُضِلُّوا عَنْ سَبٖیلِكَۚ رَبَّنَا اطْمِسْ عَلٰٓى اَمْوَالِهِمْ وَاشْدُدْ عَلٰى قُلُوبِهِمْ فَلَا یُؤْمِنُوا حَتّٰى یَرَوُا الْعَذَابَ الْاَلٖیمَ

Waqala moosa rabbana innaka atayta firAAawna wamalaahu zeenatan waamwalan fee alhayati alddunya rabbana liyudilloo AAan sabeelika rabbana itmis AAala amwalihim waoshdud AAala quloobihim fala yuminoo hatta yarawoo alAAathaba alaleema

Vertalingen

En Môesa zei: "Onze Heer, voorwaar, U heeft Fir'aun en zijn vooraanstaanden versieringen en bezittingen tijdens het wereldse leven gegeven. Onze Heef, daardoor hielden zij (de mensen) af van Uw Pad. O Heer, vaag hun bezittingen weg en verhardt hun harten zodat zij niet geloven totdat zij de pijnlijke bestraffing zien

Sofian S. Siregar

En Moesa zei: "Onze Heer, U hebt aan Fir'aun en zijn raad van voornaamsten luister en bezittingen in het tegenwoordige leven gegeven, onze Heer, om [hen] van Uw weg te laten afdwalen. Onze Heer, verwijder hun bezittingen en verhard hun harten zodat zij niet geloven tot zij de pijnlijke bestraffing zien

Fred Leemhuis