يُونُسَ

Soera Yunus, vers 90

Jonas · Mekkaans · 109 verzen

10:90

وَجَاوَزْنَا بِبَنٖٓی اِسْرَٓایٖٔلَ الْبَحْرَ فَاَتْبَعَهُمْ فِرْعَوْنُ وَجُنُودُهُ بَغْیًا وَعَدْوًاؕ حَتّٰٓى اِذَٓا اَدْرَكَهُ الْغَرَقُۙ قَالَ اٰمَنْتُ اَنَّهُ لَٓا اِلٰهَ اِلَّا الَّذٖٓی اٰمَنَتْ بِهٖ بَنُٓوا اِسْرَٓایٖٔلَ وَاَنَا𐻾 مِنَ الْمُسْلِمٖینَ

Wajawazna bibanee israeela albahra faatbaAAahum firAAawnu wajunooduhu baghyan waAAadwan hatta itha adrakahu algharaqu qala amantu annahu la ilaha illa allathee amanat bihi banoo israeela waana mina almuslimeena

Vertalingen

En Wij brachten de Kinderen van Israël over de zee, waarop Fir'aun en zijn legefs hen volgden uit tirannie en vijandschap, totdat, toen de verdrinking hen bereikte, Fir"aun zei: "Ik geloofdat er geen god is dan Degene waarin de Kinderen van Israël geloven en ik behoor tot hen die zich hebben overgegeven (aan Allah)

Sofian S. Siregar

En Wij lieten de Israëlieten de zee oversteken, waarop Fir'aun en zijn troepen hen uit opstandigheid en om te overtreden achtervolgden. Maar toen ten slotte de verdrinking hem verraste zei hij: "Ik geloof dat er geen god is dan Hij in wie de Israëlieten geloven en ik behoor tot hen die zich [aan God] overgeven

Fred Leemhuis