وَلَقَدْ بَوَّاْنَا بَنٖٓی اِسْرَٓایٖٔلَ مُبَوَّاَ صِدْقٍ وَرَزَقْنَاهُمْ مِنَ الطَّیِّبَاتِۚ فَمَا اخْتَلَفُوا حَتّٰى جَٓاءَهُمُ الْعِلْمُؕ اِنَّ رَبَّكَ یَقْضٖی بَیْنَهُمْ یَوْمَ الْقِیٰمَةِ فٖیمَا كَانُوا فٖیهِ یَخْتَلِفُونَ
Walaqad bawwana banee israeela mubawwaa sidqin warazaqnahum mina alttayyibati fama ikhtalafoo hatta jaahumu alAAilmu inna rabbaka yaqdee baynahum yawma alqiyamati feema kanoo feehi yakhtalifoona
Vertalingen
En Wij plaatsten de Kinderen van Israël in voortreffelijke woonplaatsen en Wij gaven hun voorzieningen van de goede dingen, en zij verschildein niet van mening totdat de kennis tot hen was gekomen. Voorwaar, jouw Heer oordeelt tussen hen op de Dag der Opstanding over dat waar zij van mening over verschilden
Sofian S. Siregar
En Wij gaven de Israëlieten onderdak in een betrouwbaar onderkomen en voorzagen met goede dingen in hun onderhoud en zij zijn het pas oneens geworden nadat tot hen de kennis gekomen was. Jouw Heer zal op de opstandingsdag tussen hen oordelen over dat waarover zij het oneens waren
Fred Leemhuis