هُودٍ

Soera Hud, vers 18

Hoed (de Profeet) · Mekkaans · 123 verzen

11:18

وَمَنْ اَظْلَمُ مِمَّنِ افْتَرٰى عَلَى اللّٰهِ كَذِبًاؕ اُو𐻾لٰٓئِكَ یُعْرَضُونَ عَلٰى رَبِّهِمْ وَیَقُولُ الْاَشْهَادُ هٰٓؤُ𐻾لَٓاءِ الَّذٖینَ كَذَبُوا عَلٰى رَبِّهِمْۚ اَلَا لَعْنَةُ اللّٰهِ عَلَى الظَّالِمٖینَۙ

Waman athlamu mimmani iftara AAala Allahi kathiban olaika yuAAradoona AAala rabbihim wayaqoolu alashhadu haolai allatheena kathaboo AAala rabbihim ala laAAnatu Allahi AAala alththalimeena

Vertalingen

En wie is onrechtvaardiger dan degene die leugens over Allah verzonnen heeft? Zij zijn degenen die zullen worden voorgeleid bij hun Heer. En de getuigen zullen zeggen: "Zij zijn degenen die logen over hun Heer." Weet, Allah's vloek rust op de onrechtvaardigen

Sofian S. Siregar

En wie is er zondiger dan wie over God bedrog verzint? Zij zijn het die voor hun Heer worden voorgeleid en de getuigen zullen zeggen: "Dat zijn zij die over God gelogen hebben." Zeker, Gods vloek is over de onrechtplegers

Fred Leemhuis