هُودٍ

Soera Hud, vers 36

Hoed (de Profeet) · Mekkaans · 123 verzen

11:36

وَاُو𐻿حِیَ اِلٰى نُوحٍ اَنَّهُ لَنْ یُؤْمِنَ مِنْ قَوْمِكَ اِلَّا مَنْ قَدْ اٰمَنَ فَلَا تَبْتَئِسْ بِمَا كَانُوا یَفْعَلُونَۚ

Waoohiya ila noohin annahu lan yumina min qawmika illa man qad amana fala tabtais bima kanoo yafAAaloona

Vertalingen

En er werd aan Nôeh geopenbaard: "Voorwaar, van jouw volk zal nooit iemand geloven, behalve degenen die reeds geloofden, treur daarom niet over wat zij plachten te doen

Sofian S. Siregar

En aan Noeh is geopenbaard: "Niemand van jouw volk zal tot geloof komen, afgezien van hen die al geloofden. Wees dus niet bedroefd over wat zij aan het doen waren

Fred Leemhuis