هُودٍ

Soera Hud, vers 42

Hoed (de Profeet) · Mekkaans · 123 verzen

11:42

وَهِیَ تَجْرٖی بِهِمْ فٖی مَوْجٍ كَالْجِبَالِ وَنَادٰى نُوحٌࣙ ابْنَهُ وَكَانَ فٖی مَعْزِلٍ یَا بُنَیَّ ارْكَبْ࣏ مَعَنَا وَلَا تَكُنْ مَعَ الْكَافِرٖینَ

Wahiya tajree bihim fee mawjin kaaljibali wanada noohunu ibnahu wakana fee maAAzilin ya bunayya irkab maAAana wala takun maAAa alkafireena

Vertalingen

En zij vaude met hen uit, op golven zo hoog als bergen, en Nôeh riep tot zijn zoon die alleen (op het land) stond: 'O mijn zoon, kom bij ons aan boord en behoor niet tot de ongelovigen

Sofian S. Siregar

En het [schip] voer met hen weg door golven als bergen en Noeh riep naar zijn zoon die apart stond: "Mijn zoon! Kom met ons aan boord en wees niet een van de ongelovigen

Fred Leemhuis