هُودٍ

Soera Hud, vers 47

Hoed (de Profeet) · Mekkaans · 123 verzen

11:47

قَالَ رَبِّ اِنّٖٓی اَعُوذُ بِكَ اَنْ اَسْـَٔلَكَ مَا لَیْسَ لٖی بِهٖ عِلْمٌؕ وَاِلَّا تَغْفِرْ لٖی وَتَرْحَمْنٖٓی اَكُنْ مِنَ الْخَاسِرٖینَ

Qala rabbi innee aAAoothu bika an asalaka ma laysa lee bihi AAilmun wailla taghfir lee watarhamnee akun mina alkhasireena

Vertalingen

Hij (Nôeh) zei: "O mijn Heer, voorwaar, ik zoek mijin toevlucht bij U tegen dat ik iets zal vragen waarover ik geen kennis heb, en als U mij niet vergeeft en mij niet begenadig dan zal ik zeker tot de verliezers behoren

Sofian S. Siregar

Hij zei: "Mijn Heer, ik zoek bij U bescherming dat ik niets vraag waarvan ik geen kennis heb. En als U mij niet vergeeft en erbarmen met mij hebt, dan behoor ik tot de verliezers

Fred Leemhuis