هُودٍ

Soera Hud, vers 49

Hoed (de Profeet) · Mekkaans · 123 verzen

11:49

تِلْكَ مِنْ اَنْبَٓاءِ الْغَیْبِ نُوحٖیهَٓا اِلَیْكَۚ مَا كُنْتَ تَعْلَمُهَٓا اَنْتَ وَلَا قَوْمُكَ مِنْ قَبْلِ هٰذَاؕۛ فَاصْبِرْؕۛ اِنَّ الْعَاقِبَةَ لِلْمُتَّقٖینَࣖ

Tilka min anbai alghaybi nooheeha ilayka ma kunta taAAlamuha anta wala qawmuka min qabli hatha faisbir inna alAAaqibata lilmuttaqeena

Vertalingen

Dit is één van de berichten uit het onwaaneembare die Wij aan jou openbaren. En hiervóór wist jij, noch jouw volk dit. Wees daarom geduldig. Voorwaar, het goede einde is voor de Moettaqôen

Sofian S. Siregar

Dat behoort tot de mededelingen over het verborgene die Wij aan jou openbaren en die jij noch jouw volk van tevoren kenden. Wees dan geduldig; het [goede] uiteinde komt de godvrezenden toe

Fred Leemhuis