هُودٍ

Soera Hud, vers 66

Hoed (de Profeet) · Mekkaans · 123 verzen

11:66

فَلَمَّا جَٓاءَ اَمْرُنَا نَجَّیْنَا صَالِحًا وَالَّذٖینَ اٰمَنُوا مَعَهُ بِرَحْمَةٍ مِنَّا وَمِنْ خِزْیِ یَوْمِئِذٍؕ اِنَّ رَبَّكَ هُوَ الْقَوِیُّ الْعَزٖیزُ

Falamma jaa amruna najjayna salihan waallatheena amanoo maAAahu birahmatin minna wamin khizyi yawmiithin inna rabbaka huwa alqawiyyu alAAazeezu

Vertalingen

En toen Ons bevel kwam, redden Wij Shâlih en degenen die met hem geloofden, door Genade van Ons en (Wij redden hen) van een vernedering op die Dag. Voorwaar, jouw Heer is de Sterke, de Almachtige

Sofian S. Siregar

En toen Onze beschikking kwam redden Wij Salih en hen die met hem geloofden door barmhartigheid van Ons en van de schande van die dag. Jouw Heer is de krachtige, de machtige

Fred Leemhuis