هُودٍ

Soera Hud, vers 87

Hoed (de Profeet) · Mekkaans · 123 verzen

11:87

قَالُوا یَا شُعَیْبُ اَصَلٰوتُكَ تَاْمُرُكَ اَنْ نَتْرُكَ مَا یَعْبُدُ اٰبَٓاؤُ𐻾نَٓا اَوْ اَنْ نَفْعَلَ فٖٓی اَمْوَالِنَا مَا نَشٰٓؤُ𐻾اؕ اِنَّكَ لَاَنْتَ الْحَلٖیمُ الرَّشٖیدُ

Qaloo ya shuAAaybu asalatuka tamuruka an natruka ma yaAAbudu abaona aw an nafAAala fee amwalina ma nashao innaka laanta alhaleemu alrrasheedu

Vertalingen

Zij zeiden: "'O Sjoe'aib, gebiedt jouw shalât dat wij verlaten wat onze voorvaderen aanbaden, of dat wij ophouden met onze bezittingen te doen wat wij willen? Voorwaar, je bent zeker zachtmoedig, verstandig

Sofian S. Siregar

Zij zeiden: "O Sjoe'aib, dragen jouw gebeden jou op dat wij wat onze vaderen dienden verlaten of dat wij ophouden met onze bezittingen te doen wat wij willen? Jij bent toch de zachtmoedige, de verstandige

Fred Leemhuis