هُودٍ

Soera Hud, vers 94

Hoed (de Profeet) · Mekkaans · 123 verzen

11:94

وَلَمَّا جَٓاءَ اَمْرُنَا نَجَّیْنَا شُعَیْبًا وَالَّذٖینَ اٰمَنُوا مَعَهُ بِرَحْمَةٍ مِنَّا وَاَخَذَتِ الَّذٖینَ ظَلَمُوا الصَّیْحَةُ فَاَصْبَحُوا فٖی دِیَارِهِمْ جَاثِمٖینَۙ

Walamma jaa amruna najjayna shuAAayban waallatheena amanoo maAAahu birahmatin minna waakhathati allatheena thalamoo alssayhatu faasbahoo fee diyarihim jathimeena

Vertalingen

En toen Ons bevel was gekomen, redden Wij Sjoe'aib en degenen die met hem geloofden, door Genade van Ons. En de donderslag groep degenen die onrecht pleegden, waarna zij doden in hun huizen werden

Sofian S. Siregar

En toen Onze beschikking kwam redden Wij Sjoe'aib en hen die met hem geloofden door barmhartigheid van Ons. Toen greep de schreeuw hen die onrecht deden en 's morgens lagen zij in hun woningen dood op de grond

Fred Leemhuis