يُوسُفَ

Soera Yusuf, vers 25

Jozef · Mekkaans · 111 verzen

12:25

وَاسْتَبَقَا الْبَابَ وَقَدَّتْ قَمٖیصَهُ مِنْ دُبُرٍ وَاَلْفَیَا سَیِّدَهَا لَدَا الْبَابِؕ قَالَتْ مَا جَزَٓاءُ مَنْ اَرَادَ بِاَهْلِكَ سُٓوءًا اِلَّٓا اَنْ یُسْجَنَ اَوْ عَذَابٌ اَلٖیمٌ

Waistabaqa albaba waqaddat qameesahu min duburin waalfaya sayyidaha lada albabi qalat ma jazao man arada biahlika sooan illa an yusjana aw AAathabun aleemun

Vertalingen

En heiden renden naar de deur en zij scheurde zijn hemd aan de achterkant en zij troffen haar man aan bij de deur. Zij zei: "Is er een vergelding voor hem die jouw familie kwaad wil doen, anders dan gevangenzetting, of een pijnlijke bestraffing

Sofian S. Siregar

En zij renden beiden naar de deur en zij scheurde zijn hemd van achteren en zij troffen haar meester bij de deur aan. Zij zei: "De vergelding voor iemand die jouw familie kwaad wil doen is toch dat hij gevangengezet wordt of een pijnlijke bestraffing

Fred Leemhuis