يُوسُفَ

Soera Yusuf, vers 32

Jozef · Mekkaans · 111 verzen

12:32

قَالَتْ فَذٰلِكُنَّ الَّذٖی لُمْتُنَّنٖی فٖیهِؕ وَلَقَدْ رَاوَدْتُهُ عَنْ نَفْسِهٖ فَاسْتَعْصَمَؕ وَلَئِنْ لَمْ یَفْعَلْ مَٓا اٰمُرُهُ لَیُسْجَنَنَّ وَلَیَكُونًا مِنَ الصَّاغِرٖینَ

Qalat fathalikunna allathee lumtunnanee feehi walaqad rawadtuhu AAan nafsihi faistAAsama walain lam yafAAal ma amuruhu layusjananna walayakoonan mina alssaghireena

Vertalingen

Zij zei: "Dit is degene vanwege wie juille mij verwijten. En voorzeker, ik heb geprobeerd hem te verleiden tegen zijn wil, waarop hij weigerde. Maar als hij niet doet wat ik beveel, dan zal hij zeker gevangen gezet worden en zal hij zeker tot de vernederden behoren

Sofian S. Siregar

Zij zei: "En dat is hij nu over wie jullie mij verwijten gemaakt hebben. Ik heb inderdaad geprobeerd hem te verleiden en hij heeft weerstand geboden. Maar als hij niet doet wat ik van hem verlang dan zal hij gevangengezet worden en een van de gekleineerden zijn

Fred Leemhuis