يُوسُفَ

Soera Yusuf, vers 63

Jozef · Mekkaans · 111 verzen

12:63

فَلَمَّا رَجَعُٓوا اِلٰٓى اَبٖیهِمْ قَالُوا یَٓا اَبَانَا مُنِـعَ مِنَّا الْكَیْلُ فَاَرْسِلْ مَعَنَٓا اَخَانَا نَكْتَلْ وَاِنَّا لَهُ لَحَافِظُونَ

Falamma rajaAAoo ila abeehim qaloo ya abana muniAAa minna alkaylu faarsil maAAana akhana naktal wainna lahu lahafithoona

Vertalingen

Toen zij bij hun vader terugkeerden, zeiden zij: "O onze vader, het graan wordt ons onthouden, laat onze broeder met ons mee gaan, zodat wij graan krijgen. En voorwaar, wij zullen zeker over hem waken

Sofian S. Siregar

Toen zij dan bij hun vader teruggekeerd waren zeiden zij: "O onze vader, ons wordt het rantsoen ontzegd; stuur dus onze broer mee om een rantsoen te krijgen; wij zullen wel over hem waken

Fred Leemhuis