12:69
وَلَمَّا دَخَلُوا عَلٰى یُوسُفَ اٰوٰٓى اِلَیْهِ اَخَاهُ قَالَ اِنّٖٓی اَنَا𐻾 اَخُوكَ فَلَا تَبْتَئِسْ بِمَا كَانُوا یَعْمَلُونَ
Walamma dakhaloo AAala yoosufa awa ilayhi akhahu qala innee ana akhooka fala tabtais bima kanoo yaAAmaloona
Vertalingen
Toen zij bij Yôesoef binnenkwamen, nam hij zijn broeder (Benyamin) met zich mee naar zijn plaats, en zei: "Voorwaar, ik ben jouw broeder, treurt daarom niet over wat zij plachten te doen
Sofian S. Siregar
Toen zij bij Joesoef binnenkwamen haalde hij zijn broer bij zich. Hij zei: "Ik ben het, jouw broer; wees dus niet bedroefd over wat zij gedaan hebben
Fred Leemhuis