12. Yusuf

يُوسُفَ

قَالَ یَا بُنَیَّ لَا تَقْصُصْ رُءْیَاكَ عَلٰٓى اِخْوَتِكَ فَیَكٖیدُوا لَكَ كَیْدًاؕ اِنَّ الشَّیْطَانَ لِلْاِنْسَانِ عَدُوٌّ مُبٖینٌ

Hij zei: "O mijn zoon, vertel jouw droom niet aan jouw broeders, anders zullen zij tegen jou een plan beramen. Voorwaar, de Satan is voor de mens een duidelijke vijand

Siregar

وَكَذٰلِكَ یَجْتَبٖیكَ رَبُّكَ وَیُعَلِّمُكَ مِنْ تَاْوٖیلِ الْاَحَادٖیثِ وَیُتِمُّ نِعْمَتَهُ عَلَیْكَ وَعَلٰٓى اٰلِ یَعْقُوبَ كَمَٓا اَتَمَّهَا عَلٰٓى اَبَوَیْكَ مِنْ قَبْلُ اِبْرٰهٖیمَ وَاِسْحٰقَؕ اِنَّ رَبَّكَ عَلٖیمٌ حَكٖیمٌࣖ

Zo verkiest jouw Heer jou en onderwijst Hij jou de uitleg van de vertellingen (dromen). En Hij vervolmaakt Zijn genieting aan jou en de familie van Ya'qôeb, zoals Hij het daarvoor heeft vervolmaakt aan jouw vaderen, Ibrâhîm en Ishaq. Voorwaar, jouw Heer is Alwetend, Alwijs

Siregar

لَقَدْ كَانَ فٖی یُوسُفَ وَاِخْوَتِهٖٓ اٰیَاتٌ لِلسَّٓائِلٖینَ

Voorzeker, in (de geschiedenis van) Yôusef en zijn broeders waren Tekenen voor hen die vragen stelden

Siregar

اِذْ قَالُوا لَیُوسُفُ وَاَخُوهُ اَحَبُّ اِلٰٓى اَبٖینَا مِنَّا وَنَحْنُ عُصْبَةٌؕ اِنَّ اَبَانَا لَفٖی ضَلَالٍ مُبٖینٍۚ

Toen zij zeiden: "Yôesoef en zijn broeder zijn zeker geliefder bij onze vader dan wij, terwijl wij een hechte groep zijn. Voorwaar, onze vader verkeert zeker in duidelijke dwaling

Siregar

اُقْتُلُوا یُوسُفَ اَوِ اطْرَحُوهُ اَرْضًا یَخْلُ لَكُمْ وَجْهُ اَبٖیكُمْ وَتَكُونُوا مِنْ بَعْدِهٖ قَوْمًا صَالِحٖینَ

Doodt Yôesoef of zet hem het land uit, zodat het gezicht van jullie vader alleen voor jullie zal zijn en daarna worden jullie een rechtschapen volk

Siregar

قَالَ قَٓائِلٌ مِنْهُمْ لَا تَقْتُلُوا یُوسُفَ وَاَلْقُوهُ فٖی غَیَابَتِ الْجُبِّ یَلْتَقِطْهُ بَعْضُ السَّیَّارَةِ اِنْ كُنْتُمْ فَاعِلٖینَ

Eén van hen zei: "Doodt Yôesoef niet, maar werpt hem op de bodem van de put, opdat enkele reizigers hem zullen vinden, als jullie iets willen ondernemen

Siregar

قَالُوا یَٓا اَبَانَا مَا لَكَ لَا تَاْمَنَّ۫ا عَلٰى یُوسُفَ وَاِنَّا لَهُ لَنَاصِحُونَ

Zij zeiden: "O onze vader, waarom vertrouwt u Yôesoef niet aan ons toe. En voorwaar, wij zijn hem welgezind

Siregar

اَرْسِلْهُ مَعَنَا غَدًا یَرْتَعْ وَیَلْعَبْ وَاِنَّا لَهُ لَحَافِظُونَ

Laat hem morgen met ons mee gaan, zodat hij overvloedig zal eten en spelen. En voorwaar, wij zullen zeker wakers over hem zijn

Siregar

قَالَ اِنّٖی لَیَحْزُنُنٖٓی اَنْ تَذْهَبُوا بِهٖ وَاَخَافُ اَنْ یَاْكُلَهُ الذِّئْبُ وَاَنْتُمْ عَنْهُ غَافِلُونَ

Hij (Ya'qôeb) zei: "Voorwaar, het verdriet mij dat jullie hem meenemen en ik vrees dat de wolf hem zal verslinden, terwijl jullie niet op hem letten

Siregar

قَالُوا لَئِنْ اَكَلَهُ الذِّئْبُ وَنَحْنُ عُصْبَةٌ اِنَّٓا اِذًا لَخَاسِرُونَ

Zij zeiden: "Als de wolf hem verslindt, terwijl wij met een hechte groep zijn, dan zullen wij zeker de verliezers zijn

Siregar

0:00
0:00