الرَّعْدِ

Soera Ar-Ra'd, vers 3

De Donder · Mekkaans · 43 verzen

13:3

وَهُوَ الَّذٖی مَدَّ الْاَرْضَ وَجَعَلَ فٖیهَا رَوَاسِیَ وَاَنْهَارًاؕ وَمِنْ كُلِّ الثَّمَرَاتِ جَعَلَ فٖیهَا زَوْجَیْنِ اثْنَیْنِ یُغْشِی الَّیْلَ النَّهَارَؕ اِنَّ فٖی ذٰلِكَ لَاٰیَاتٍ لِقَوْمٍ یَتَفَكَّرُونَ

Wahuwa allathee madda alarda wajaAAala feeha rawasiya waanharan wamin kulli alththamarati jaAAala feeha zawjayni ithnayni yughshee allayla alnnahara inna fee thalika laayatin liqawmin yatafakkaroona

Vertalingen

Hij is Degene Die die de aarde heeft uitgespreid en daarop stevige bergen en rivieren heeft gemaakt, en van alle soorten vruchten heeft Hij paren gemaakt. Hij doet de nacht de dag bedekken. Voorwaar, daarin zijn Tekenen voof een volk, dat nadenkt

Sofian S. Siregar

En Hij is het die de aarde uitgebreid heeft en er stevige bergen en rivieren op heeft gemaakt en die er van alle vruchten twee stuks, paarsgewijs, op heeft gemaakt. Hij laat de nacht de dag bedekken. Daarin zijn werkelijk tekenen voor mensen die nadenken

Fred Leemhuis