الرَّعْدِ

Soera Ar-Ra'd, vers 6

De Donder · Mekkaans · 43 verzen

13:6

وَیَسْتَعْجِلُونَكَ بِالسَّیِّئَةِ قَبْلَ الْحَسَنَةِ وَقَدْ خَلَتْ مِنْ قَبْلِهِمُ الْمَثُلَاتُؕ وَاِنَّ رَبَّكَ لَذُو مَغْفِرَةٍ لِلنَّاسِ عَلٰى ظُلْمِهِمْۚ وَاِنَّ رَبَّكَ لَشَدٖیدُ الْعِقَابِ

WayastaAAjiloonaka bialssayyiati qabla alhasanati waqad khalat min qablihimu almathulatu wainna rabbaka lathoo maghfiratin lilnnasi AAala thulmihim wainna rabbaka lashadeedu alAAiqabi

Vertalingen

En zij vragen aan jou (O Moehammad) om verhaasting van het slechte, vóór het goede. En de voorbeelden van de bestraffing zijn reeds voorafgegaan. Voorwaar, jouw Heer is de Bezitter van vergeving voor de mensen, ondanks hun onrechtvaardige daden. En voorwaar, jouw Heer is zeker streng in de bestraffing

Sofian S. Siregar

En zij willen van jou dat jij eerder het slechte dan het goede haastig brengt, hoewel er toch voor hun tijd al tot voorbeeld strekkende straffen zijn voltrokken. En jouw Heer is vol van vergeving voor de mensen, ondanks dat zij onrecht doen, maar jouw Heer is ook streng in de afstraffing

Fred Leemhuis