وَاِذَا رَاَ الَّذٖینَ اَشْرَكُوا شُرَكَٓاءَهُمْ قَالُوا رَبَّنَا هٰٓؤُ𐻾لَٓاءِ شُرَكَٓاؤُ𐻾نَا الَّذٖینَ كُنَّا نَدْعُوا مِنْ دُونِكَۚ فَاَلْقَوْا اِلَیْهِمُ الْقَوْلَ اِنَّكُمْ لَكَاذِبُونَۚ
Waitha raa allatheena ashrakoo shurakaahum qaloo rabbana haolai shurakaona allatheena kunna nadAAoo min doonika faalqaw ilayhimu alqawla innakum lakathiboona
Vertalingen
En wanneer degenen die deelgenoten toekenden hun deelgenoten zullen zien, zullen zij zeggen: "Onze Heer! Zij zijn degenen die onze deelgenoten waren die wij naast U plachten aan te roepen." Maar zij (de deelgenoten) zullen hun woorden terugweirpen, en zeggen: "Voorwaar, jullie zijn zeker leugenaars
Sofian S. Siregar
En wanneer de aanhangers van het veelgodendom hun [zogenaamd goddelijke] metgezellen zien, dan zeggen zij: "Onze Heer dit zijn nu onze [zogenaamd goddelijke] metgezellen die wij in plaats van U aangeroepen hebben." Maar zij zullen tot hen terugzeggen: "Jullie zijn leugenaars
Fred Leemhuis