18:101
اَلَّذٖینَ كَانَتْ اَعْیُنُهُمْ فٖی غِطَٓاءٍ عَنْ ذِكْرٖی وَكَانُوا لَا یَسْتَطٖیعُونَ سَمْعًاࣖ
Allatheena kanat aAAyunuhum fee ghitain AAan thikree wakanoo la yastateeAAoona samAAan
Vertalingen
Degenen voor wie de ogen versluierd waren voor het gedenken van Mij en (die) niet tot horen in staat waren
Sofian S. Siregar
Van hen waren de ogen voor Mijn vermaning afgedekt en zij konden niet horen
Fred Leemhuis