الْكَهْفِ

Soera Al-Kahf, vers 101

De Grot · Mekkaans · 110 verzen

18:101

اَلَّذٖینَ كَانَتْ اَعْیُنُهُمْ فٖی غِطَٓاءٍ عَنْ ذِكْرٖی وَكَانُوا لَا یَسْتَطٖیعُونَ سَمْعًاࣖ

Allatheena kanat aAAyunuhum fee ghitain AAan thikree wakanoo la yastateeAAoona samAAan

Vertalingen

Degenen voor wie de ogen versluierd waren voor het gedenken van Mij en (die) niet tot horen in staat waren

Sofian S. Siregar

Van hen waren de ogen voor Mijn vermaning afgedekt en zij konden niet horen

Fred Leemhuis