Mushafim

الْكَهْفِ

Soera Al-Kahf, vers 14

De Grot · Mekkaans · 110 verzen

18:14

وَرَبَطْنَا عَلٰى قُلُوبِهِمْ اِذْ قَامُوا فَقَالُوا رَبُّنَا رَبُّ السَّمٰوَاتِ وَالْاَرْضِ لَنْ نَدْعُوَ𐻾ا مِنْ دُونِهٖٓ اِلٰهًا لَقَدْ قُلْنَٓا اِذًا شَطَطًا

Warabatna AAala quloobihim ith qamoo faqaloo rabbuna rabbu alssamawati waalardi lan nadAAuwa min doonihi ilahan laqad qulna ithan shatatan

Vertalingen

En Wij versterkten hun harten toen zij opstonden, en zeiden: "Onze Heer, Heer van de hemelen en de aarde, nooit zullen Wij een god naast Hem aanroepen: anders zouden wij een enorme leugen uitgesproken hebben

Sofian S. Siregar

En Wij versterkten hun harten toen zij opstonden en zeiden: "Onze Heer is de Heer van de hemelen en de aarde. Wij zullen in plaats van Hem geen god aanroepen; dan zouden wij iets afwijkends zeggen

Fred Leemhuis