الْكَهْفِ

Soera Al-Kahf, vers 26

De Grot · Mekkaans · 110 verzen

18:26

قُلِ اللّٰهُ اَعْلَمُ بِمَا لَبِثُواۚ لَهُ غَیْبُ السَّمٰوَاتِ وَالْاَرْضِؕ اَبْصِرْ بِهٖ وَاَسْمِـعْؕ مَا لَهُمْ مِنْ دُونِهٖ مِنْ وَلِیٍّؗ وَلَا یُشْرِكُ فٖی حُكْمِهٖٓ اَحَدًا

Quli Allahu aAAlamu bima labithoo lahu ghaybu alssamawati waalardi absir bihi waasmiAA ma lahum min doonihi min waliyyin wala yushriku fee hukmihi ahadan

Vertalingen

Zeg (O Moehammad): "Allah weet beter hoelang zij er verbleven, aan Hem behoort het verborgene van de hemelen en de aarde, Hij ziet het beter en Hij hoort het beter. Er is voor hen naast Hem beschermer en Hij laat niet één deelgenoot in Zijn oordeel toe

Sofian S. Siregar

Zeg: "God weet het best hoe lang het voor hen duurde. Van Hem is het verborgene van de hemelen en de aarde. Wat is Hij scherpziend en wat is Hij scherphorend! Zij hebben buiten hem geen beschermer en Hij maakt niemand deelgenoot van Zijn oordeel

Fred Leemhuis