اُو𐻾لٰٓئِكَ لَهُمْ جَنَّاتُ عَدْنٍ تَجْرٖی مِنْ تَحْتِهِمُ الْاَنْهَارُ یُحَلَّوْنَ فٖیهَا مِنْ اَسَاوِرَ مِنْ ذَهَبٍ وَیَلْبَسُونَ ثِیَابًا خُضْرًا مِنْ سُنْدُسٍ وَاِسْتَبْرَقٍ مُتَّكِــٖٔینَ فٖیهَا عَلَى الْاَرَٓائِكِؕ نِعْمَ الثَّوَابُؕ وَحَسُنَتْ مُرْتَفَقًاࣖ
Olaika lahum jannatu AAadnin tajree min tahtihimu alanharu yuhallawna feeha min asawira min thahabin wayalbasoona thiyaban khudran min sundusin waistabraqin muttakieena feeha AAala alaraiki niAAma alththawabu wahasunat murtafaqan
Vertalingen
Zij zijn degenen voor wie er de Tuinen van 'Adn (het Paradijs) zijn, waar onder door de rivieren stromen, zij zullen er in versierd worden met kettingen van goud en zij dragen groene gewaden van zijde en brokaat, er in leunend op kussens, De beste beloning en de beste verblijfplaats
Sofian S. Siregar
Zij zijn het voor wie de tuinen van 'Adn zijn waarvan de rivieren onder hen door stromen. Zij tooien zich daarin met armbanden van goud en zij kleden zich met groene kleding van zijde en goudbrokaat, terwijl zij er op ligbanken achteroverleunen. Dat is pas een goede beloning en het is een goede rustplaats
Fred Leemhuis