الْكَهْفِ

Soera Al-Kahf, vers 42

De Grot · Mekkaans · 110 verzen

18:42

وَاُحٖیطَ بِثَمَرِهٖ فَاَصْبَحَ یُقَلِّبُ كَفَّیْهِ عَلٰى مَٓا اَنْفَقَ فٖیهَا وَهِیَ خَاوِیَةٌ عَلٰى عُرُوشِهَا وَیَقُولُ یَا لَیْتَنٖی لَمْ اُشْرِكْ بِرَبّٖٓی اَحَدًا

Waoheeta bithamarihi faasbaha yuqallibu kaffayhi AAala ma anfaqa feeha wahiya khawiyatun AAala AAurooshiha wayaqoolu ya laytanee lam oshrik birabbee ahadan

Vertalingen

En zijn vruchten werden vernietigd. Toen begon hij zich in zijn handen te wringen, over wat hij ervoor uitgegeven had en dat zij (de tuinen) nu tot de bodem toe geruïneerd waren." En hij zei: "Wee mij, had ik maar mijn Heer niet één deelgenoot toegekend

Sofian S. Siregar

En zijn vruchten werden volkomen verwoest. Toen begon hij zich de handen te wringen om wat hij ervoor had uitgegeven nu hij er zo geruïneerd bijlag. En hij zei: "Ach had ik aan mijn Heer maar niemand als metgezel toegevoegd

Fred Leemhuis