الْكَهْفِ

Soera Al-Kahf, vers 49

De Grot · Mekkaans · 110 verzen

18:49

وَوُضِعَ الْكِتَابُ فَتَرَى الْمُجْرِمٖینَ مُشْفِقٖینَ مِمَّا فٖیهِ وَیَقُولُونَ یَا وَیْلَتَنَا مَالِ هٰذَا الْكِتَابِ لَا یُغَادِرُ صَغٖیرَةً وَلَا كَبٖیرَةً اِلَّٓا اَحْصٰیهَاۚ وَوَجَدُوا مَا عَمِلُوا حَاضِرًاؕ وَلَا یَظْلِمُ رَبُّكَ اَحَدًاࣖ

WawudiAAa alkitabu fatara almujrimeena mushfiqeena mimma feehi wayaqooloona ya waylatana ma lihatha alkitabi la yughadiru sagheeratan wala kabeeratan illa ahsaha wawajadoo ma AAamiloo hadiran wala yathlimu rabbuka ahadan

Vertalingen

En het boek (met hun daden) zal voor hen geplaatst worden en jij zult de zondaren in angst zien wegens wat daarin staat. En zij zullen zeggen: "Wee ons, wat is dat voor boek dat niets kleins weglaat en niets groots, zonder dat berekend te hebben!" En zij zullen wat zij deden vóór zich vinden. En jouw Heer doet niet één van hen onrecht aan

Sofian S. Siregar

En het boek wordt voorgelegd en dan zul jij de boosdoeners terug zien deinzen voor wat erin staat en zij zullen zeggen: "Wee ons, wat is er met dit boek dat niets kleins en niets groots onopgesomd laat?" En zij vinden dat wat zij deden aanwezig is. En jouw Heer doet niemand onrecht aan

Fred Leemhuis