الْكَهْفِ

Soera Al-Kahf, vers 57

De Grot · Mekkaans · 110 verzen

18:57

وَمَنْ اَظْلَمُ مِمَّنْ ذُكِّرَ بِاٰیَاتِ رَبِّهٖ فَاَعْرَضَ عَنْهَا وَنَسِیَ مَا قَدَّمَتْ یَدَاهُؕ اِنَّا جَعَلْنَا عَلٰى قُلُوبِهِمْ اَكِنَّةً اَنْ یَفْقَهُوهُ وَفٖٓی اٰذَانِهِمْ وَقْرًاؕ وَاِنْ تَدْعُهُمْ اِلَى الْهُدٰى فَلَنْ یَهْتَدُٓوا اِذًا اَبَدًا

Waman athlamu mimman thukkira biayati rabbihi faaAArada AAanha wanasiya ma qaddamat yadahu inna jaAAalna AAala quloobihim akinnatan an yafqahoohu wafee athanihim waqran wain tadAAuhum ila alhuda falan yahtadoo ithan abadan

Vertalingen

En wie is er onrechtvaardiger dan degene die met Verzen van zijn Heer vermaand wordt, maar zich daarvan afwendt en vergeet wat zijn handen gedaan hebben? Voorwaar, Wij hebben over hun harten een versluiering aangebracht, zodat zij het niet begrijpen, en in hun oren doofheid. En indien jij hen tot de Leiding oproept: zij zullen nooit en te nimmer Leiding volgen

Sofian S. Siregar

En wie is er zondiger dan hij die met de tekenen van zijn Heer vermaand is en er zich dan van afwendt en vergeet wat zijn handen tevoren deden? Wij hebben over hun harten hoezen gelegd zodat zij het niet begrijpen en in hun oren hardhorendheid. En als jij hen oproept tot de leidraad, dan zullen zij zich toch nooit in de goede richting laten leiden

Fred Leemhuis