الْكَهْفِ

Soera Al-Kahf, vers 77

De Grot · Mekkaans · 110 verzen

18:77

فَانْطَلَقَاࣞ حَتّٰٓى اِذَٓا اَتَیَٓا اَهْلَ قَرْیَةٍࣙ اسْتَطْعَمَٓا اَهْلَهَا فَاَبَوْا اَنْ یُضَیِّفُوهُمَا فَوَجَدَا فٖیهَا جِدَارًا یُرٖیدُ اَنْ یَنْقَضَّ فَاَقَامَهُؕ قَالَ لَوْ شِئْتَ لَتَّخَذْتَ عَلَیْهِ اَجْرًا

Faintalaqa hatta itha ataya ahla qaryatin istatAAama ahlaha faabaw an yudayyifoohuma fawajada feeha jidaran yureedu an yanqadda faaqamahu qala law shita laittakhathta AAalayhi ajran

Vertalingen

Zo gingen zij verder totdat zij enkele bewoners uit een stad ontmoetten en haar bewoners om voedsel vroegen, maar zij weigerden hen gastvrijheid te verlenen. Toen vonden zij daar een muur die dreigde in te storten, maar hij zette die weer recht. Hij (Môesa) zei: "Als jij gewild had, zou jij hiervoor zeker een vergoeding kunnen aannemen

Sofian S. Siregar

Zo gingen zij dan verder totdat zij, toen zij bij de mensen van de stad gekomen waren, hun om voedsel vroegen. Maar zij weigerden hun gastvrijheid te verlenen. Toen vonden zij daar een muur die dreigde in te storten, maar hij zette hem overeind. Hij zei: "Als je wilde, had je daarvoor loon kunnen krijgen

Fred Leemhuis