الْكَهْفِ

Soera Al-Kahf, vers 82

De Grot · Mekkaans · 110 verzen

18:82

وَاَمَّا الْجِدَارُ فَكَانَ لِغُلَامَیْنِ یَتٖیمَیْنِ فِی الْمَدٖینَةِ وَكَانَ تَحْتَهُ كَنْزٌ لَهُمَا وَكَانَ اَبُوهُمَا صَالِحًاۚ فَاَرَادَ رَبُّكَ اَنْ یَبْلُغَٓا اَشُدَّهُمَا وَیَسْتَخْرِجَا كَنْزَهُمَاࣗ رَحْمَةً مِنْ رَبِّكَۚ وَمَا فَعَلْتُهُ عَنْ اَمْرٖیؕ ذٰلِكَ تَاْوٖیلُ مَا لَمْ تَسْطِـعْ عَلَیْهِ صَبْرًاؕ‌ࣖ

Waamma aljidaru fakana lighulamayni yateemayni fee almadeenati wakana tahtahu kanzun lahuma wakana aboohuma salihan faarada rabbuka an yablugha ashuddahuma wayastakhrija kanzahuma rahmatan min rabbika wama faAAaltuhu AAan amree thalika taweelu ma lam tastiAA AAalayhi sabran

Vertalingen

En wat betreft de muur: die behoorde toe ann twee jongelingen die wees waren in de stad en eronder lag een schat die bestemd was voor ben, en hun vader was een oprechte man geweest. Daarom wenste jouw Heer dat zij hun volwassen leeftijd bereikten en (dan) hun schat er uit haalden, als Barmhartigheid van jouw Heer. En ik deed het niet uit mijn eigen wil; dat is de uitleg over hetgeen waamee jij niet in staat was geduld te hebben

Sofian S. Siregar

En wat de muur betreft, die was van twee weesjongens in de stad en er was een schat onder die hun beiden toebehoorde en hun vader was een rechtschapen man geweest. Jouw Heer wenste dat zij volgroeid zouden zijn en hun schat tevoorschijn halen; het was barmhartigheid van jouw Heer. Ik deed het niet uit eigen beweging. Dat is de uitleg van wat jij niet kon uithouden

Fred Leemhuis