الْبَقَرَةِ

Soera Al-Baqarah, vers 105

De Koe · Medinaans · 286 verzen

2:105

مَا یَوَدُّ الَّذٖینَ كَفَرُوا مِنْ اَهْلِ الْكِتَابِ وَلَا الْمُشْرِكٖینَ اَنْ یُنَزَّلَ عَلَیْكُمْ مِنْ خَیْرٍ مِنْ رَبِّكُمْؕ وَاللّٰهُ یَخْتَصُّ بِرَحْمَتِهٖ مَنْ یَشَٓاءُؕ وَاللّٰهُ ذُو الْفَضْلِ الْعَظٖیمِ

Ma yawaddu allatheena kafaroo min ahli alkitabi wala almushrikeena an yunazzala AAalaykum min khayrin min rabbikum waAllahu yakhtassu birahmatihi man yashao waAllahu thoo alfadli alAAatheemi

Vertalingen

Degenen die ongelovig zijn onder de Lieden van de schrift (de Joden en de christenen) en de voeelgodenaanbidders, wensen niet dat er iets goeds aan jullie wordt neergezonden van jullie Heer. Maar Allah verkiest voor Zijn Barmbartigheid wie Hij en Allah is de bezitter van de Geweldige Gunst

Sofian S. Siregar

Die mensen van het boek die ongelovig zijn, en de veelgodendienaars willen liever niet dat op jullie iets goeds van jullie Heer wordt neergezonden. Maar God bevoorrecht door Zijn barmhartigheid wie Hij wil. God is vol van geweldige goedgunstigheid

Fred Leemhuis