الْبَقَرَةِ

Soera Al-Baqarah, vers 118

De Koe · Medinaans · 286 verzen

2:118

وَقَالَ الَّذٖینَ لَا یَعْلَمُونَ لَوْلَا یُكَلِّمُنَا اللّٰهُ اَوْ تَاْتٖینَٓا اٰیَةٌؕ كَذٰلِكَ قَالَ الَّذٖینَ مِنْ قَبْلِهِمْ مِثْلَ قَوْلِهِمْؕ تَشَابَهَتْ قُلُوبُهُمْؕ قَدْ بَیَّنَّا الْاٰیَاتِ لِقَوْمٍ یُوقِنُونَ

Waqala allatheena la yaAAlamoona lawla yukallimuna Allahu aw tateena ayatun kathalika qala allatheena min qablihim mithla qawlihim tashabahat quloobuhum qad bayyanna alayati liqawmin yooqinoona

Vertalingen

En degenen die niet weten, zeiden: Waarom spreekt Allah niet tot ons en waarom komt er geen Teken tot ons?" Zo spraken ook degenen die voor hen waren. Hun harten lijken op elkaar. Waarlijk, Wij hebben de Tekenen duidelijk gemaakt aan een overtuigd volk

Sofian S. Siregar

Zij die niet weten zeggen: "Had God niet tot ons kunnen spreken of had niet een teken tot ons kunnen komen?" Zo spraken ook zij die er voor hun tijd waren dergelijke woorden. Hun harten lijken op elkaar. Wij hebben de tekenen duidelijk gemaakt voor mensen die overtuigd zijn

Fred Leemhuis